BBL vraagt audit Rekenhof over regionale luchthavens

Erik Grietens van de Bond Beter Leefmilieu vraagt een grondig debat nodig over nut en noodzaak regionale luchthavens. “Terwijl bevoegd minister Lydia Peeters doodleuk het vliegtuig neemt van Brussel naar Antwerpen, wordt gewerkt aan een fusie van de overheidsinstellingen die instaan voor het beheer van de luchthavens van Antwerpen en Oostende. Daarnaast komen er nieuwe subsidieovereenkomsten met de private uitbater van de regionale luchthavens. Omdat er jaarlijks miljoenen subsidies naar deze luchthavens gaan en al die subsidies (32 miljoen euro) zelfs groter zijn dan de eigenlijke omzet (17 miljoen euro), vraagt BBL eerst een onafhankelijke doorlichting door het Rekenhof. Wegen de kosten en klimaatproblemen van de luchthavens wel op tegen de baten? 

Korte vliegreizen liggen overal onder vuur vanwege hun nefaste impact op het klimaat. Toch nam minister Lydia Peeters gisteren het vliegtuig van Brussel naar Antwerpen, als ‘steun’ voor de ondernemer die private jets wil inzetten richting Ibiza. Daarbij wees de minister op de extra miljoenen die via het Vlaamse noodfonds vrijgemaakt worden voor de regionale luchthavens. 
 
In 2013 werd de uitbating van de luchthavens van Oostende en Deurne geprivatiseerd. Een luchthavenexploitatiemaatschappij (LEM) staat in voor de eigenlijke luchtvaartactiviteiten. Voor de beide luchthavens is het de Franse groep EGIS die deze exploitatie via de LEM uitvoert. Daarvoor worden subsidies gegeven aan de LEM, die op zijn beurt een concessievergoeding betaalt aan de overheid. Daarnaast staat de overheid, via de luchthavenontwikkelingsmaatschappij (LOM) in voor investeringen in de  infrastructuur, het groot onderhoud, beveiliging,… 
 
Uit een analyse van de jaarrekeningen 2015-2017 blijkt dat tegenover een omzet van 17 miljoen euro subsidies van 32 miljoen euro staan. De subsidies bedragen dus het dubbele van de omzet. Daarbovenop komen nog 2,5 miljoen subsidies uit het Corona noodfonds. De concessievergoedingen die het Franse bedrijf EGIS betaalt, liggen zeer laag. Voor de luchthaven van Oostende bedroeg die in 2017 226.000 euro, voor Deurne 250.000 euro.
 
Voor Bond Beter Leefmilieu kan het niet dat nu snel wordt overgegaan tot een fusie van de LOM’s en nieuwe subsidieovereenkomsten, zonder dat er eerst een onafhankelijk doorlichting komt van de maatschappelijke kosten en baten van beide luchthavens. Daarom roepen we de regering en het Vlaams Parlement op om het Rekenhof de opdracht te geven voor een audit. Dit zowel voor de afgelopen vijf jaar als voor de volgende vijf jaar. Het kan toch niet dat in budgettair moeilijke tijden, miljoenen euro’s overheidsgeld uitgegeven worden aan verlieslatende luchthavens? 
 
Minister Lydia Peeters stelde in antwoord op een parlementaire vraag dat ze niet van plan is het Rekenhof een doorlichting te laten maken. Er zal een extern studiebureau aangesteld worden om na te gaan hoe “de Vlaamse regionale luchthavens in de mate van het mogelijke kunnen evolueren naar winstgevende ondernemingen”. 
 
Erik Grietens van Bond Beter Leefmilieu: “Dit is absoluut niet voldoende. Wij blijven aandringen op een onafhankelijke, externe controle door het Rekenhof. We roepen daarom de regering en het parlement op om een dergelijke opdracht aan het Rekenhof te geven.” 
 
Langetermijnvisie
In het regeerakkoord wordt ook aangekondigd dat er werk gemaakt wordt van een 
langetermijnvisie voor de luchtvaart in Vlaanderen. Daarbij zal gezocht worden “naar een balans tussen de maatschappelijke behoeften aan luchtvaart, duurzaamheid, leefbaarheid, veiligheid, innovatie en een vitale economie”.
 
Om tot een langetermijnvisie te kunnen komen, is het essentieel dat er eerst een grondige analyse voorligt van de huidige context van de regionale luchthavens. Een kosten-batenanalyse door het Rekenhof is ook daarom onontbeerlijk. 
 
Naast de zuiver economische cijfers vraagt BBL om bij het uitwerken van deze langetermijnvisie ook terdege rekening te houden met de maatschappelijke en ecologische impact van de luchthavens. Het gaat in de eerste plaats over de geluidsoverlast en de klimaatimpact van de luchthavens. Als er in de toekomst nog subsidies gegeven worden, moet daar op zijn minst een klimaatengagement tegenover staan, in lijn met het akkoord van Parijs. Ook de kosten hiervoor moeten volwaardig in beeld worden gebracht.